Innovinterview

Home / InnovInterview
Home / InnovInterview

Innovinterview

Elke maand stelt Innoviris een aantal vragen aan een Brusselse stakeholder in het OOI-domein. Of het nu een onderzoeker, een ondernemer of één van onze partners is, ze hebben allemaal een belangrijke mening over de verschillende aspecten van de Brusselse OOI-sector.

innovinterview

Elke maand stelt Innoviris een aantal vragen aan een Brusselse stakeholder in het OOI-domein.

Of het nu een onderzoeker, een ondernemer of één van onze partners is, allemaal hebben ze een relevante mening over diverse aspecten van de Brusselse OOI-sector. 

November 2018: een gesprek met Tara Vandermarken, doctor in de wetenschappen aan de VUB

Tara Vandermarken, onderzoekster bij de vakgroep Analytische, Milieu- en Geochemie van de VUB, stelde samen met haar collega’s vast dat de Zenne op sommige plaatsen een te hoge concentratie aan hormoonachtige stoffen bevat. Haar onderzoek maakt deel uit van het Anticipate programma, dat focust op toekomstgericht onderzoek in prioritaire domeinen voor Brussel. 

 

Plan BrusselIs de vervuiling van de Zenne zo zorgwekkend?

Toch wel eigenlijk. De Zenne in Brussel bevat duizenden chemische stoffen, waaronder hormoonverstorende stoffen die de normale werking van ons hormonaal systeem kunnen beïnvloeden.

Vooral aan de industriezone van Vilvoorde is de hormoonachtige activiteit opvallend hoog. Daar vonden we oestrogeenachtige stoffen met een piekwaarde van 938 picogram steroïdhormoonequivalenten per liter. Om je een idee te geven: dat is meer dan dubbel zo hoog als de EU-richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen van 400 picogram per liter. 

Bovendien waren de dioxinegehaltes in het sediment allemaal hoger dan het lage risiconiveau van het Amerikaanse Agentschap voor Milieubescherming. Eén waarde was zelfs zo hoog, dat ze een hoog risico voor zoogdieren zou kunnen inhouden.

Maar gelukkig is er ook goed nieuws. 

Inderdaad. We deden een verrassende ontdekking toen we in ons laboratorium experimenten deden met het water uit de Zenne. Toen we de natuurlijk aanwezige bacteriën uit het water artificieel opkweekten en uithongerden, stelden we vast dat deze bacteriën de hormoonachtige stoffen begonnen op te eten. De activiteit van oestrogeenachtige stoffen in het water daalde daardoor op een maand tijd met 80%.

 

 

Kan deze ontdekking het probleem in de Zenne oplossen?

Ons onderzoek bewijst dat het mogelijk is om bacteriën te gebruiken om hormoonachtige stoffen af te breken. In realiteit is er echter voortdurend een instroom van nieuwe stoffen, terwijl de bacteriën zich er ook volop kunnen voeden met andere stoffen. Op basis van onze resultaten kunnen we nu op zoek gaan naar mogelijke toepassingen in werkelijke situaties. 

 

Wat moet het beleid volgens jou doen om de vervuiling van de Zenne een halt toe te roepen? 

Ten eerste denk ik dat er nood is aan een regelmatige monitoring op basis van onze bioassays. Het voordeel van een bioanalytische techniek is dat zowel bekende als nog onbekende of nog niet gereguleerde hormoon- of dioxineachtige componenten gemeten worden. Het resultaat is een totale activiteit waarin het effect van de verschillende stoffen bij elkaar in rekening wordt gebracht. 

De monitoring zou bijvoorbeeld samen met het bestaande monitoringsprogramma van Leefmilieu Brussel uitgevoerd kunnen worden. Op die manier kunnen we een beter inzicht krijgen in de pieken en dalen van de hormoonachtige stoffen, linken leggen tussen de activiteiten, de seizoenen en de weersomstandigheden, en eventueel de bronnen van hormoonachtige stoffen detecteren.

Momenteel zijn waterzuiveringsstations nog niet ontworpen op de verwijdering van hormoonachtige stoffen omdat de wetgeving rond waterzuivering van afvalwater dit nog niet specifiek vraagt. Dat zou in de toekomst moeten worden aangepast.

Daarnaast is het belangrijk dat riolen en collectoren goed onderhouden worden om 'combined sewer overflow' te vermijden. Water dat vanuit de riolering in de Zenne terechtkomt, is immers niet gezuiverd en draagt een zeer hoge activiteit aan hormoonverstorende stoffen. 

 

Schema hormoonachtige stoffen in de Zenne